,,Kom kijken naar de varkens!”, staat er op de borden voor de biologische boerderij van Jan Overesch in Heino. Overesch is al sinds 1974 boer op een gemengd bedrijf. Eerst ‘gewoon’ maar sinds een aantal jaren biologisch.
“Iets zei me destijds dat het anders moest. Als eerste stap zijn we omgeschakeld met de groente omdat we genoeg hadden van het spuiten van gif. In 2001 zijn we ook met de varkenshouderij overgestapt op biologisch”, vertelt Overesch, die sindsdien varkens levert voor Bio+ varkensvlees en vleeswaren.
Krulstaart
Het eerste wat opvalt als je een biologisch varken vergelijkt met een gewoon varken, is de krulstaart. Die mag een biologisch varken gewoon houden. En de tanden worden niet afgeslepen. “Een van de grootste problemen bij het houden van gewone varkens is de verveling. Daardoor gaan varkens elkaar bijten.
Doordat biologische varkens volop de ruimte hebben en ze met elkaar kunnen spelen in een stal met stro op de grond, is de kans op verveling heel klein en is het verwijderen van de krulstaart niet nodig”, vertelt Overesch.
Met z’n allen in de modderpoel
Volgens Overesch zit het grote verschil niet in het uiterlijk van de varkens, maar in de manier waarop ze leven, het voer dat ze krijgen én de manier waarop dat voer verbouwd wordt. “Wij verbouwen zelf het graan wat we aan de varkens voeren, uiteraard biologisch en gentech vrij. De mest van de varkens gaat op het land. Daarmee is de natuurlijke kringloop weer rond.”
En dan is er natuurlijk de ruimte die biologische varkens hebben. Overesch: “Onze varkens kunnen lekker naar buiten en met z’n allen in de modderpoel wroeten. Misschien is het beeld van al die varkens in de modderpoel nog wel de mooiste beloning van alles.”
